WEDSTRIJDJE
Na een paar laatste, krachtige armslagen raakt Simon met zijn vingertoppen de rand van het bassin van het openluchtzwembad. Blindelings tikt hij zich af. Vlak daarna komt hij proestend boven het water en hapt naar lucht. Zijn beide handen grijpen de rand van het grote bad vast. Terwijl hij bijkomt van de geleverde inspanning, werpt hij een blik opzij. Dan kijkt hij in het lachende gezicht van Annika.
“Ik heb gewonnen!” zegt Annika triomfantelijk. “Had je niet gedacht, hè?”
Het kost Simon moeite om zijn teleurstelling te verbergen. Onvoldaan kijkt hij snel een andere kant op. Aan deze wedstrijd had hij dus nooit moeten beginnen, realiseert hij zich direct.
Annika, die Simons frustratie opmerkt, gooit er nog een schepje bovenop: “Toen jij nog maar bij het midden van het zwembad was, tikte ik me al af. Je was, zal ik maar zeggen, kansloos…”
Het laatste woord voelt bij Simon als een klap in zijn gezicht. Hij bijt op zijn lip en trekt een zuur gezicht. Dan komen de frustraties eruit. “Aaarg! Waardeloos! Verloren!” Om zijn woorden kracht bij te zetten, slaat Simon met zijn hand op het kabbelende water. De spetters vliegen in het rond.
Annika zet zich af van de kant af en zwemt in een bochtje om Simon heen. Een diepe zucht ontsnapt uit Simons longen. Hij kan niets anders dan zich gewonnen geven.
“Kom je mee?” vraagt Annika. “Dan gaan we gaan naar onze handdoeken.” Rustig zwemt Annika door naar het trapje, wat zich aan de zijkant van het zwembad bevindt. Behendig klimt ze omhoog. Een slank figuurtje in een rood badpak komt uit het water tevoorschijn.
Hoe is het mogelijk dat ik van zo’n dun meisje kan verliezen, denkt Simon. Ik ben helemaal kapot van honderd meter voluit zwemmen en haar kost het schijnbaar helemaal geen moeite.
Annika loopt langs de kant naar Simon toe en steekt haar hand uit. Enkele glinsterende waterdruppels glijden langzaam langs Annika’s donkerbruine haartoppen naar beneden en vallen op Simons hoofd.
Simon ziet het vragende gezicht van Annika. Zijn blik gaat vanzelf naar haar twee helderblauwe ogen. Het valt hem op dat ze net zo glinsteren als de waterdruppels, die nog steeds naar beneden vallen. Eén waterdruppel komt recht in zijn ogen. Auw! Simon knippert een paar keer om het beeld, dat plots vervaagd is, weer scherp te stellen. De mistige lijnen langs haar hoofd vervormen gelukkig snel weer tot scherpe randen. En dan, al is het maar even, ziet Simon een verwarde blik in Annika’s ogen. Zou ze hem dan misschien toch…?
“Nou, komt er nog wat van?” Annika steekt haar uitgestoken hand wat verder naar hem toe.
Simon schudt licht zijn hoofd. Welnee, het is vast verbeelding… Was het maar waar.
Simon kijkt naar Annika’s open hand en steekt dan de zijne uit. Een tinteling schiet door zijn lichaam als de vingers van Annika zijn hand omklemmen. Een vreemd gevoel. Net zoiets als het aanraken van prikkeldraad… Maar dit voelt fijner.
Dan trekt Annika Simon langs de rand van het zwembad uit het water. Het liefst zou hij haar hand voor altijd vasthouden. Het liefst zou hij hand in hand naar hun badhanddoeken lopen en al die jaloerse blikken van zijn klasgenoten willen zien. En dan tegen zijn klasgenoten zeggen…
“Simon?”
Simon schrikt op en ziet hoe Annika naar haar hand kijkt, die nog altijd door hem wordt vastgehouden.
“Je mag wel loslaten, hoor!”
“O, sorry…” mompelt Simon onhandig. Snel trekt hij zijn hand van haar weg.
Annika kijkt wat verlegen, maar herstelt zich snel. Een geheimzinnig lachje siert haar mond. Uitdagend klinkt het: “Kijk, als je nou mijn vriendje was, dan…”
Simon kijkt haar verrast aan. Hij kan eigenlijk wel raden wat ze wil gaan zeggen, maar kan niet nalaten hierop te reageren. Zo nonchalant mogelijk vraagt hij: “Nou? Wat dan…?”
Maar Annika maakt, tot ergernis van Simon, haar zin niet af, want er klinkt een bekend gekraak. Luid schalt er uit de luidsprekers van openluchtzwembad ‘Het Keerpunt’ een heldere stem: “Willen alle leerlingen van de Koningin Wilhelminaschool zich zo spoedig mogelijk naar de uitgang begeven? Jullie meester wacht daar op jullie. Ik herhaal…”
Annika draait zich om en loopt snel in de richting van het grasveldje, waar haar handdoek ligt. Simon kijkt haar na. Maar na twintig passen staat ze ineens stil. Ze draait haar hoofd om en roept guitig: “Simon, zin in een wedstrijdje? Wie het eerst bij zijn handdoek is…”
Deze uitdaging gaat Simon maar al te graag aan. Annika mag dan wel een aardige voorsprong hebben, maar hij is de snelste van de klas. Binnen één tel zet hij de achtervolging in. Razendsnel schiet hij langs allerlei badgasten, die de twee verstoord nakijken.
Als Simon het gras bereikt, heeft hij nog maar tien meter achterstand. Het rode badpak van Annika werkt als de rode lap bij een stier in gevecht met de Torero. Als een dolleman nadert hij haar. Als hij vlak achter haar is, ziet hij in een flits dat hun handdoeken al redelijk dichtbij zijn.
De meeste klasgenoten zitten op hun handdoeken en zien hoe Simon en Annika in een tweestrijd verwikkeld zijn. Ze stoten elkaar aan en wijzen in hun richting.
Deze wedstrijd wil ik zeker niet verliezen, denkt Simon. Simon zet nog even aan. Met nog vijfentwintig meter te gaan, liggen ze zij aan zij. De vermoeidheid van de zwemwedstrijd begint nu toch toe te slaan. Simons benen beginnen te verzuren. Annika wint gelijk wat terrein.
De klasgenoten zijn ondertussen gaan staan en kijken vol verwachting wie de hardloopwedstrijd gaat winnen. Is het Annika of toch Simon? Er klinken hier en daar enkele aanmoedigingen.
Simon bijt op zijn tanden. Zal hij twee keer verliezen op één dag? En dan nog wel van hetzelfde meisje? Dat mag hem niet overkomen. Met een laatste krachtinspanning passeert hij haar. Bliksemsnel steekt hij zijn hand uit en raakt als eerste de handdoek aan. Eén tel later doet Annika hetzelfde.
De klasgenoten geven een luid applaus en Simon steekt stoer zijn hand ophoog.
“Eén-nul voor Simon!” wordter geroepen.
Trots kijkt Simon in het rond. Zichtbaar opgelucht van de winst neemt hij het applaus in ontvangst. Enkele klasgenoten drommen om hem heen en geven hem een schouderklop. Maar dan kijkt Simon naar Annika, die inmiddels op haar handdoek is gaan zitten. Een donkere blik ontsiert haar gelaat.
“Nee, wacht eens even…,” hijgt Simon. “Het is niet één-nul… Het is één-één.” Annika donkere blik verandert als sneeuw voor de zon in een dankbare.
Vragende blikken zorgen ervoor dat Annika de gelijke stand moet verklaren. “Nou, ik heb net een zwemwedstrijd gewonnen…,” klinkt het opgetogen. “En Simon zojuist de hardloopwedstrijd… Het is dus eigenlijk gelijkspel!”
Simon knikt heftig. En dan krijgt Annika ook een applausje. Een wel zo verdiend applaus, vindt Simon, die voor zijn doen wel heel hard meeklapt.
Eenmaal buiten het zwembad hoort de meester van de wedstrijden, die in het zwembad ‘Het Keerpunt’ zijn gehouden.
“Goed geoefend, jongelui! Dat betekent veel goeds voor de triatlon, die we volgende week hebben.” Ondertussen steekt de meester zijn duim in de lucht. Dan kijkt hij naar Simon en Annika. “Ik ben heel benieuwd wie er dit jaar gaat winnen. Zo te horen gaat het tussen jullie, Simon en Annika…”
Simon lacht schamper. Hij voelt de spanning opkomen. Elk jaar wordt er namelijk voor groep 8 een triatlon georganiseerd. De winnaar krijgt de wisselbeker van de oud-groep 8-er, die de bokaal het afgelopen jaar won. De leerlingen van de Koningin Wilhelminaschool dromen er allemaal van om de triatlon in groep 8 te winnen. Wat zou hij graag die wisselbeker in handen krijgen! Hardlopen en fietsen behoren tot zijn sterke punten, maar zijn zwemkunsten zijn helaas niet heel erg goed.
Simon hoort hoe de meester de toespraak beëindigt: “Dus oefen nog maar goed deze week. En nu allemaal opschieten. Het is al laat. Zoek je fiets snel op en ga in tweetallen achter mij staan.”
Simon loopt naar zijn fiets en merkt dat Annika’s fiets naast die van hem staat. Zou dat toeval zijn? Of…
“Nee toch…,” klinkt een bekende stem naast Simon. Annika zit op haar hurken en doorzoekt haar rugzak, die geopend voor haar op de grond staat.
“Ben je wat vergeten?” vraagt Simon, die maar al te graag een gesprekje met Annika aanknoopt.
“Nee, ik ben niets vergeten. Ik kan mijn fietssleutel niet vinden. Hij zit niet in mijn jaszak en ook niet in mijn rugzak.” Sip kijkt Annika voor zich uit.
“Waar heb je de sleutel voor het laatst gezien?” helpt Simon.
Annika fronst haar wenkbrauwen. Ze denkt even na en zegt dan geschokt: “O nee! Volgens mij heb ik mijn sleutel in het kleedhokje op het bankje neergelegd.”
De meester komt met grote stappen aanlopen. Geërgerd zegt hij: “Jongelui, opschieten. Iedereen staat al in de rij, maar jullie staan hier gezellig te praten alsof jullie alle tijd van de wereld hebben.”
Annika schudt heftig haar hoofd. “Dat doen we niet, meester! Sorry, maar ik heb mijn sleutel in het kleedhokje laten liggen. Mag ik…”
De meester laat Annika niet eens uitspreken. “Goed, ga snel zoeken. Ik wacht één minuut en dan vertrek ik!”
Annika spurt weg en laat Simon en de meester achter.
Wat de meester zegt, doet hij ook echt. Daar weet Simon alles van. De meester draait zijn hoofd naar Simon en kan niets mooiers zeggen dan: “Simon, ga jij Annika maar even helpen.”
Zielsblij rent Simon Annika achterna. Annika trekt de deur van het kleedhokje open en kijkt zoekend naar binnen. “Dit was mijn kleedhokje. Maar ik zie geen sleutel.”
Van Simon mag die sleutel voorlopig wel wegblijven, maar toch wil hij Annika wel helpen. Hij bukt zich en bekijkt de grond nauwkeurig. “Misschien ligt de sleutel toch op het grasveld, waar de handdoeken lagen?”
Annika twijfelt geen seconde. “Nee, ik had de sleutel hier het laatst in mijn bezit. Misschien heeft iemand anders zich hier omgekleed, de sleutel gevonden en toen naar de gevonden voorwerpen gebracht. Dan ligt de sleutel waarschijnlijk daar.”
Simon knikt. “Dan weet ik wel waar we moeten zijn. Kom op, richting de kassa’s!”
Simon slentert achter Annika aan. Voorbij de kassa staat een houten keetje, waarvan de deur wijd openstaat. Er hangt een bordje aan de buitenkant waar ‘gevonden voorwerpen’ op staat. Voor de keet zit een dikke man met een stevig postuur in een tuinstoel. Hij draagt een vrolijk T-shirt met bloemmotieven. Op zijn kale hoofd heeft hij een baseballpetje gezet. Simon schat hem een jaar of vijftig. Zijn ongeschoren gezicht geeft hem een onguur uiterlijk. Hij geeft een klein knikje, waarmee hij waarschijnlijk bedoelt dat ze iets mogen zeggen.
“Ik ben mijn sleutel verloren. Is deze gevonden, meneer?” vraagt Annika beleefd.
Simon strekt zijn hals en loert langs de man naar binnen. Hij ziet op de tafel enkele voorwerpen liggen. Eén ervan is een sleutel met een rood labeltje. De man komt ineens gehaast uit zijn stoel en gaat voor de deuropening staan, zodat Simon niet meer in de keet kan loeren.
“Ik zal eens even kijken,” mompelt de man. Hij stapt de keet binnen en rommelt wat in een la.
Dan gaat er een telefoon over. De man grijpt naar zijn borstzakje en haalt er een telefoontje uit. Hij drukt een groen knopje in en houdt het apparaat tegen zijn oor. Na een paar seconden luisteren, hangt de man zonder één woord te zeggen weer op. Dan sloft hij naar de deuropening.
“Ik zoek zo verder. Blijf even wachten,” zegt de man kortaf. Hij verlaat de keet, sluit de deur achter zich en loopt weg.
“Maar ik heb geen uren de…,” begint Annika haar zin, die ze besluit niet af te maken, omdat de man doorloopt zonder naar haar te luisteren. Simon en Annika zien hoe de man om de hoek verdwijnt.
Boos gooit Annika haar rugzak op de grond. “Da’s dan lekker! Zonder sleutel kan ik geen meter rijden!”
Ze wijst naar de kant van de weg. “Kijk, de klas rijdt al weg. Je kan nu nog mee, Simon. Dan kom ik wel later. Desnoods loop ik wel naar school.”
Dit voelt als een soort test, denkt Simon. Als ik nu met de klas meega, dan laat ik haar in de steek. Blijf ik bij haar, dan snapt ze gelijk dat ik er voor haar wil zijn. Snel heeft Simon zijn keus gemaakt. “Nee. Ik blijf bij je tot we die sleutel gevonden hebben.”
Annika’s ogen kijken Simon zo blij aan, dat Simon bijna begint te geloven dat Annika dit ook liever wil. Maar ook nu zal hij het zich wel verbeelden.
Vijf minuten staan ze nu al te wachten. In geen velden of wegen is de man te bekennen. Nadat Simon gezegd heeft dat hij bij haar blijft, is het gesprek min of meer verstomt. Beiden weten niet zoveel te zeggen.
Annika pakt haar tas van de grond en zwaait hem over haar schouder. Het valt Simon op dat haar tas ook rood is. Ongeveer dezelfde kleur als haar badpak. Zou het haar favoriete kleur zijn?
“Zeg, heeft jouw sleutel een rood labeltje?” begint Simon.
Annika kijkt verrast. “Hoe weet jij dat?”
“Ik zag daarnet zo’n sleutel op het tafeltje hier binnen liggen.” Simon wijst naar de keet.
“Echt? Dat moet hem zijn!” reageert Annika enthousiast. “Nu maar hopen dat de man snel terug komt.”
Simon wil eigenlijk zijn hoofd schudden en zeggen dat hij hier wel voor altijd met haar wil staan. Maar dat durft hij niet.
“Ja, inderdaad…,” liegt hij.
Dan blijft het weer stil.
Ineens komt er een vraag bij Simon naar boven, die hij graag aan Annika zou willen stellen. Hij zou wel eens willen weten waarom ze tien weken voor het einde van het schooljaar plotseling naar hun school is gekomen. Wat is de reden? Vindt ze dat wel leuk? Dat lijkt hem echt geen pretje. Zeker niet als het om groep 8 gaat. Als dit schooljaar is afgelopen, moet ze alweer naar een andere school.
Sommige groepsgenootjes vonden de komst van Annika een inbreuk op de groepssfeer. De meisjes laten Annika links liggen, maar van de jongens krijgt ze behoorlijk wat aandacht. Simon snapt wel waarom.
De meester had er niet veel over gezegd. “Doordat ze is verhuisd, moest ze een andere school zoeken.” Dat was het enige. De reden van de verhuizing is op school waarschijnlijk bij niemand bekend, behalve bij de meester. En Annika zelf natuurlijk.
Annika staat ongeduldig en gefrustreerd naar de plek te kijken waar de man het laatst verdween. Simon doorbreekt de stilte opnieuw.
“Zeg, hoe komt het eigenlijk dat jij zo hard kan zwemmen?”
Annika blijft stug naar de plek staren, waar ze al die tijd naar kijkt. Achteloos zegt ze: “O, ik heb op zwemmen gezeten.”
Het klinkt alsof ze niet meer wil zeggen. Maar Simon vraagt verder:
“Heb jij wedstrijden gezwommen?”
Annika glimlacht even. Dan opent ze haar mond. Simon is heel benieuwd wat ze gaat zeggen. Maar in plaats van een antwoord komt er een vraag. “Durf jij naar binnen te gaan?”
“In de keet bedoel je?”
Annika knikt en verduidelijkt: “Om de sleutel te halen.”
Simon twijfelt even. Het is niet netjes om zonder toestemming zomaar ergens naar binnen te gaan. Maar een stukje lef naar Annika toe tonen…
“Ik zal het proberen,” zegt Simon stoer. “Kijk jij of die man eraan komt?”
Simon vertrouwt op Annika’s oplettendheid en doet de klink naar beneden. De deur is niet op slot. Voorzichtig opent Simon de deur van de keet en kijkt naar binnen. Op de tafel liggen enkele sleutels. Eén ervan is de sleutel met het rode labeltje. De sleutel van Annika. Die moet hij hebben. Simon grist hem van de tafel en wil de keet zo snel mogelijk verlaten. Dan ineens ziet hij een beeldscherm, waarop vier videobeelden te zien zijn. Op één ervan ziet hij de keet. Annika staat ervoor te wachten. Ha, wat grappig! Snel pakt hij zijn mobieltje en neemt er een foto van. De opname zal hij thuis nog eens beter bekijken.
Snel stapt Simon de keet uit. Triomfantelijk houdt hij de sleutel in de lucht. “Tadaa! Daar ben ik weer! Met…”
Annika springt in de lucht en graait de sleutel uit zijn hand. Kort bekijkt ze het labeltje. “Ja, dat is h’m!” zegt ze opgelucht. “Dank je wel, Simon.”
Even later rijden ze samen naar school. Annika zet er flink de vaart in.
Ze kan goed zwemmen en hard rennen, denkt Simon. En fietsen kan ze ook al goed. Ze zal toch niet de triatlon gaan winnen volgende week?
Annika lijkt Simons gedachten te kunnen lezen. “Wedstrijdje?” zegt ze weer even guitig als in het zwembad. Ze trapt wat harder op haar pedalen en schiet vooruit.
Simon houdt afwerend zijn hand omhoog. “Nee, deze keer maar even niet. Ik wil mijn krachten sparen voor volgende week. Ik zal ze hard nodig hebben.”
Annika moet erom lachen. “Prima!” zegt ze vrolijk. Ze remt en komt weer naast Simon fietsen. Ze kijkt opzij en zegt: “Dan zien we volgende week wel wie de snelste op de triatlon is, hè?”
